Risico’s PRK/Lasek/Epilasik

Intraoperatief

* Decentratie Gedecentreerde behandelingen en ”central islands” kwamen in het verleden met de oudere laserapparatuur wel eens voor. Studies van voor 1989 meldden percentages variërend van 1,2% voor bijziendheid tot 6,8% voor verziend-astigmatisme correcties.

* Laserfailure: uitvallen van de apparatuur dient te worden voorkomen door noodvoorzieningen die continuïteit van de energietoevoer moet waarborgen. Vastlopen of anderszins defect raken van de scanners van de laserapparatuur is bij moderne apparatuur, adequaat onderhoud en goed doorlopen van de testprocedures zeer ongebruikelijk.

Omdat de ecximer laser technologie en de chirurgische technieken de laatste decennia enorm is verbeterd en doorontwikkeld, worden deze complicaties hedendaags weinig meer gezien.

De recente verbeteringen in de laser technologie, de zogenaamde wavefront en cornea topografie gestuurde customized ablations, beloven veel goeds voor het behandelen van deze problemen en verlichten van de visuele probleem deze complicaties met zich mee kunnen brengen.

 

Postoperatief

* Infectie.

Steriel werken, antibiotica, geregelde controle en hygiëne zijn belangrijk ter preventie.

* Vertraagde epitheelgenezing.

Zeldzaam. Vooral roken en slechte traankwaliteit beinvloeden het epitheelherstel negatief.

* Haze

Haze is littekenvorming op de plaats waar de laserbehandeling heeft plaatsgevonden: het grensvlak tussen epitheel/steunweefsel. Komt vooral voor bij hogere correcties. Kan spontaan optreden en onder invloed van UV licht. Haze wordt met de moderne laser technologie nauwelijks meer gezien.

 

Neveneffecten

Voorspelbaarheid van het resultaat
Kleine over- of onder correctie van de refractie afwijking is niet ongebruikelijk. Elk mens heeft zijn eigen herstelpatroon en dat kan van individu tot individu verschillen. Vandaar dat de computer voorspelde uitkomst niet altijd het verwachte resultaat geeft en soms overcorrigeert, soms ondercorrigeert. In dergelijke gevallen is aanvullende behandeling nodig en dit komt voor in 5-15% van de behandelingen.

Kwaliteit van zicht
Kwaliteit van zicht wordt voor een groot deel bepaald door het vermogen om beelden te kunnen onderscheiden van de achtergrond. Dit noemen we contrastgevoeligheid en dit is een maat voor hoe vaag beelden kunnen zijn voordat ze niet meer te onderscheiden zijn van de achtergrond. Beeldt u zich in om in de mist te rijden- hoe dikker de mist, hoe grijzer de objecten worden en hoe moeilijker het wordt om hun vormen te onderscheiden.

Er zijn de laatste jaren verschillende studies gedaan om het effect van excimer laserbehandeling op contrastgevoeligheid te bepalen. Alle studies hebben een vermindering in contrastgevoeligheid beschreven van 1 tot 6 maanden na de behandeling. Na 3-6 maanden wordt in het algemeen terugkeer van de preoperatieve metingen bereikt.

Bij een normaal verlopen behandeling is subjectieve rapportage van glare, vermindering van contrastgevoeligheid, en verminderd zicht in het donker gebruikelijk maar tijdelijk. Recente studies (“Straylight values one month after PRK and LASIK”, Beerthuizen, Landesz, Van den Berg, nog niet gepubliceerde data)) tonen aan dat strooilichtwaardes kort na behandeling (Lasik, LasekPRK) genormaliseerd zijn. Omdat complicaties het herstel hiervan negatief kan beinvloeden, raden wij u aan om dit met uw oogarts te bespreken.

Moderne technologie
Het ablatieprofiel verschilt per laserfabrikant. Bespreek met uw oogarts of dit een belangrijk punt is in uw geval. Enkele moderne lasersystemen zijn in staat om de zogenaamde asfericiteit van de cornea (kromming profiel van het hoornvlies) te behouden of zelfs te verbeteren. Deze asfericiteit is van groot belang. Patiënten wier pupillen groter zijn in het donker dan het gebied dat met de laser behandeld wordt, moeten zich realiseren dat dit een potentieel risico vormt voor problemen met het zien in het donker.

Maar niet iedereen met grote pupillen zal een slechtere gezichtsscherpte hebben in het donker. En ook mensen met kleine pupillen en een kleine afwijking kunnen problemen van halo’s en verminderd zicht in het donker ervaren. Op dit moment is het onmogelijk om van te voren te bepalen wie er wel of geen last van deze bijwerking zal krijgen.

Omdat er steeds meer onderzoek gedaan wordt op dit gebied, verwachten wij dat deze problemen steeds minder voor zullen komen en steeds beter te verhelpen zullen zijn.

Referenties:

1. Claringbold TV 2nd. Laser-assisted subepithelial keratectomy for the correction of myopia. J Cataract Refract Surg 2002 Jan;28(1):18-22

2. Azar DT, Ang RT, Lee JB, Kato T, Chen CC, Jain S, Gabison E, Abad JC. Laser subepithelial keratomileusis: electron microscopy and visual outcomes of flap photorefractive keratectomy. Curr Opin Ophthalmol 2001 Aug;12(4):323-8

3. Kornilovsky IM. Clinical results after subepithelial photorefractive keratectomy (LASEK). J Refract Surg 2001 Mar-Apr;17(2 Suppl):S222-3

4. Scerrati E. Laser in situ keratomileusis vs. laser epithelial keratomileusis (LASIK vs. LASEK). J Refract Surg 2001 Mar-Apr;17(2 Suppl):S219-21

5. Lee JB, Seong GJ, Lee JH, Seo KY, Lee YG, Kim EK. Comparison of laser epithelial keratomileusis and photorefractive keratectomy for low to moderate myopia. J Cataract Refract Surg 2001 Apr;27(4):565-70