Lasek/PRK/Epilasik/TransPRK

PRK (Photo Refractieve Keratectomy), Lasek (Laser assisted subepitheliale keratectomy) , Epilasik en TransPRK zijn oppervlakkige excimer laser correcties. Ze verschillen onderling zo weinig dat we ze onder een noemer zullen bespreken. De oppervlakkige, subepitheliale technieken worden wereldwijd toegepast om bijziendheid (myopie), verziendheid (hyperopie) en cilinderafwijkingen (astigmatisme) te corrigeren.

Het epitheel (hoornvliesoppervlak) wordt verwijderd (PRK), losgeweekt met alcohol en opzij geschoven (Lasek) of mechanisch opzijgeschoven met een microkeratoom (Epilasik), of door de excimerlaser (TransPRK)wordt verwijderd,  waarna computer gestuurd de hoornvlies vorm wordt geremodelleerd met excimer laser, om de gewenste brilsterkte in het hoornvlies aan te brengen. De behandeling vindt plaats onder locale verdoving met druppels.

De lange termijn resultaten zijn voorspelbaar en stabiel. Echter de eerste 2-3 dagen na de behandeling kan de client klachten ondervinden van lichtschuwheid, oog irritatie, en pijnlijkheid, die normaal functioneren in de weg staan. Het herstel van het zicht duurt wat langer dan bij Lasik. Normaal gesproken is het zicht binnen een week functioneel, echter optimaal en stabiel na enkele weken tot maanden. Bij TransPRK is het herstel wel wat sneller omdat hier precies evenveel epitheel wordt verwijderd alsook nodig is voor de behandeling. De wond-diameter is significant kleiner en dus eerder dichtgegroeid. Bij TransPRK doet de laser a.h.w. al het werk: verwijderen van het epitheel en direct hier achter aan de remodellering van het hoornvlies oppervlak voor de andere sterkte.

Aan het eind van de behandeling wordt altijd een speciale zachte contactlens aangebracht die enkele dagen blijft zitten, in ieder geval totdat het wondje genezen is.

Bezwaar van deze techniek is de paar dagen irritatie van het oog en het gedeeltelijke functie verlies en het tragere herstel van het zicht. Voordeel is de geringe invasiviteit en minder effect op de traanfilm dan bij Lasik.

Zie ook “Herstel na de ingreep.”

Literatuur:

Eighteen-year follow-up of excimer laser
photorefractive keratectomy
Zaid Shalchi, MB BS, BSc, David P.S. O’Brart, MD, FRCS, FRCOphth,
Robert J. McDonald, BSc, BMed, MPH, FRANZCO, Parul Patel, MRCOptom,
Timothy J. Archer, MA, John Marshall, PhD
PURPOSE: To evaluate the long-term efficacy of photorefractive keratectomy (PRK).
SETTING: University Hospital, London, United Kingdom.
DESIGN: Prospective case series.
METHODS: One eye of patients who had PRK 18 years previously was examined. All had myopic
corrections with a 6.0 mm optical zone.
RESULTS: Forty-six patients were examined. The mean preoperative spherical equivalent (SE)
refractive error was 4.86 diopters (D) (range 2.75 to 7.375 D). The mean programmed correction
was 4.43 D (range 2.50 to 7.00 D). Between 1 year and 18 years, the mean change in SE
was 0.31 D (PZ.06) and a significant increase in variance occurred (P < .002). The mean change
in SE was 0.54 D in patients younger than 40 years at the time of correction (P < .02) and 0.05 D
in patients older than 40 years (PZ.9). The mean SE change was 0.40 D in women (P < .04) and
0.08 D in men (P Z .8). The efficacy index was 0.58. The safety index was 0.998. The corrected
distance visual acuity (CDVA) improved significantly from 1 to 18 years (P < .01). Ninety-six percent
of corneas were clear at 18 years, with a reduction in haze scores (P < .001). There was no evidence
of ectasia.
CONCLUSIONS: A significant increase in myopic SE occurred between 1 year and 18 years after
PRK in patients younger than 40 years and in women. Predictability decreased between 1 year
and 18 years. The procedure was safe with no long-term complications. The CDVA and corneal
transparency improved with time.
Financial Disclosure: Dr. Marshall was a consultant to Summit Technology, Inc. No author has a
financial or proprietary interest in any material or method mentioned.
J Cataract Refract Surg 2015; 41:23–32 Q 2015 ASCRS and ESCRS

 

 

Bronnen

1. Claringbold TV 2nd. Laser-assisted subepithelial keratectomy for the correction of myopia. J Cataract Refract Surg 2002 Jan;28(1):18-222. Azar DT, Ang RT, Lee JB, Kato T, Chen CC, Jain S, Gabison E, Abad JC. Laser subepithelial keratomileusis: electron microscopy and visual outcomes of flap photorefractive keratectomy. Curr Opin Ophthalmol 2001 Aug;12(4):323-83. Kornilovsky IM. Clinical results after subepithelial photorefractive keratectomy (LASEK). J Refract Surg 2001 Mar-Apr;17(2 Suppl):S222-3 4. Scerrati E. Laser in situ keratomileusis vs. laser epithelial keratomileusis (LASIK vs. LASEK). J Refract Surg 2001 Mar-Apr;17(2 Suppl):S219-21 5. Lee JB, Seong GJ, Lee JH, Seo KY, Lee YG, Kim EK. Comparison of laser epithelial keratomileusis and photorefractive keratectomy for low to moderate myopia. J Cataract Refract Surg 2001 Apr;27(4):565-70