Consensus

De Consensus Refractiechirurgie is als consensus onder de Nederlandse oogartsen opgesteld door de leden van het  Nederlands Gezelschap voor Refractiechirugie (NGRC) als mening van deze oogartsen en ook gekeken naar internationale maatstaven en opvattingen. Het vormt een belangrijke leidraad voor het verrichten van hoogwaardige, veilige refractiechirurgie.

De complete Consensus Refractiechirurgie versie 2018 en ook als download

Alle geregistreerde oogartsen hanteren deze richtlijn en het NOG ziet daarop toe.

De standaard van medisch handelen wordt bepaald op basis van alle klinische data die beschikbaar zijn voor elke individuele patiënt. Deze standaard kan veranderen naar mate de wetenschappelijke kennis op dit gebied voortschrijdt. Het patroon van zorg zal daarom evolueren en de Consensus wordt daar zo nodig steeds op aangepast.

Deze Consensus voor de klinische praktijk is gebaseerd op de beschikbare kennis en literatuur op het moment van opstellen. Het volgen van deze consensus kan een succesvolle behandeling niet in alle gevallen verzekeren. Elke oogarts is uiteindelijk verantwoordelijk voor de behandeling van zijn of haar patiënt en complicaties zijn uiteraard altijd mogelijk.

 

=======================================================================================================================

Inmiddels (2018) zijn er aanvullingen op de consensus, o.a. de tabel medische indicaties voor refractiechirurgie (uit 2015):

Recent (2017)  voorstel verandering consensus (paragraaf 10):

10. Vormen van refractiechirurgie en indicatie gebieden

De verschillende vormen van refractiechirurgie worden benoemd voor elk

indicatie gebied; myopie, hyperopie en astigmatisme. Door de snelle

ontwikkeling kunnen zich nieuwe vormen refractiechirurgie voordoen en

kunnen de indicatie gebieden wijzigen. Met indicatie gebied wordt de

maximaal haalbare correctie bedoeld. Hogere refractie afwijkingen kunnen

dus na overleg met de patiënt tot een maximum worden gecorrigeerd. Een

rest afwijking zal dan blijven bestaan.

10.1. Myopie: Indicatie gebied

(Dioptrie)

10.1.1. Corneale procedures:

PRK/LASEK/EPI-LASIK < -8

(FEMTO)LASIK < -10

Small Incision Lenticule Extraction < -12D  (Nieuw)

ICR < -4.0

10.1.2. Phake implants (beschikbare lenssterkten)

> -2 tot -23,5

Iris supported Myopia 5/8.5 (-1 tot -23,5D)

Iris supported Myopia 6/8.5 (-1 tot -15,5D)

Iris supported (flex) Myopia 6/8.5 (-2 tot –14.5D)

Sulcus supported lens (-3 tot –20.0D) (ICL)

>-2

Angle supported Phakic Intra-oculaire lens:

NB:voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van deze lenzen

gezien de ervaringen uit het verleden). Bij gebruik van angle

supported phakic intraoculaire lenzen is driedimensionale

voorsegment imaging vereist.

10.1.3. Refractive lens exchange (RLE) >-3

(Leeftijd > 45 jaar)

13

10.2. Hypermetropie Indicatie gebied

(dioptrie)

10.2.1. Corneale procedures:

PRK/LASEK/EPI-LASIK < +4,0

(FEMTO)LASIK < +4,5

Small Incision Lenticule Extraction: in ontwikkeling  (Nieuw)

 

===================================================================

2e Toevoeging voor Consensus 2018:

 

Medische indicaties voor refractiechirurgie: intolerantie voor contactlenzen en één of meer van de volgende condities:

NGRC 2015
Anisometropie >= 4D *
Myopie >= -10 D *
Hypermetropie >=6 D *
Astigmatisme >= 4.5 D *+

* = met contactlensintolerantie
+ = en ook elk astigmatisme na perforerende keratoplastiek of cataract operatie, indien een andere methode van correctie niet mogelijk,  of gecontraindiceerd is.

In bovengenoemde gevallen moet er tevens sprake zijn van contactlens-intolerantie (dit dient specifiek door een oogarts te worden vastgesteld en hiervoor bestaat een lijst van objectiveerbare symptomen, die aanwezig moeten zijn, naast specifieke voorwaarden)

Er is ook sprake van een medische indicatie bij elk  astigmatisme ontstaan na perforerende keratoplastiek of  cataract operatie, indien een andere methode van correctie niet mogelijk of gecontraïndiceerd is.

 

Definitie:

Contactlensintolerantie wordt gekenmerkt door een tijdelijke of blijvende reactie met oogklachten gerelateerd aan het dragen van contact lenzen, ontstaan uit verminderde compatibiliteit /acceptatie tussen contactlens en oog omgeving, hetgeen kan leiden tot verkorte draagduur en staken van het dragen van de lenzen.

N.B.: Er zijn ook patiënten bij wie, om puur praktische redenen, het niet mogelijk is om contactlenzen te dragen i.v.m. inzetten en uitdoen van de contactlenzen. Gedacht moet worden aan patiënten met ernstige bewegings- of coördinatiestoornissen waardoor zij niet in staat zijn contactlenzen op een veilige wijze op het oog aan te brengen en daarbij geen bril kunnen dragen. Dit moet blijken uit de door de medisch specialist verstrekte aanvullende informatie.

Voorwaarden contactlensintolerantie:

Betrokkene:

1. heeft een aaneensluitende periode van ten minste een jaar contactlenzen gedragen EN

2. heeft in de afgelopen 12 maanden tenminste één (contact)lenswijziging gehad van een ander materiaal (waaronder een siliconenhydrogellens) ter verbetering van het draagcomfort EN

3. lijdt aan een objectiveerbaar contactlens geïnduceerd symptoom uit categorie Ia. EN

4. lijdt aan:

a. één van de genoemde subjectieve klachten uit Ib OF

b. een medische complicatie uit categorie II.

 

Categorie I

a. Objectiveerbare contactlens geïnduceerde symptomen te weten:

 chronische conjunctivale roodheid,

 conjunctivale aankleuring,

 conjunctivale indentatie,

 aankleurende cornea punctata,

 limbale roodheid,

 hyperemie oogleden,

 traanfilm instabiliteit,

 verminderd traanvolume,

 gewijzigde lipide traanfilm ,

 gewijzigde osmolariteit traanfilm,

 gewijzigde optische kwaliteit,

 verhoogde cornea sensitiviteit,

 veranderde conjunctiva sensitiviteit,

 veranderde bevochtigings karakteristieken van de lens.

 

======================================================================================================================

De Consensus Refractiechirurgie is recent herzien .