Afwijkingen

Meten van het zicht

De visus of gezichtsscherpte wordt gemeten aan de hand van de letter kaart. Deze kaart, ontwikkeld door de Nederlander Herman Snellen in de 19e eeuw, wordt bij een visus meting waargenomen vanaf 6 meter (20 feet) of een gelijke afstand bereikt door plaatsing van spiegels. Een zicht van 6/9 geeft aan dat de kaart is gezien vanaf een afstand van 6 meter en dat de laagste lijn die leesbaar was gelabeld met een 9: een persoon met een normaal gezichtsvermogen zou deze letters moet kunnen lezen op een afstand van 9 meter.

Op dezelfde manier: 6/60 geeft aan dat iemand alleen de bovenste letter van de kaart op 6 meter kan lezen: iemand met een normaal gezichtsvermogen moet deze letter op een afstand van 60 meter kunnen lezen. De tweede lijn van onder op de kaart is de 6/6. Dit is een normaal gezichtsvermogen en een meerderheid van de patiënten zal deze lijn kunnen lezen.

6/6 wordt ook wel aangeduid als 1.0 (“100%”) en in de Amerikaanse literatuur als 20/20. Sommige jongere mensen kunnen de lijnen hieronder ook nog lezen en halen een gezichtsscherpte van meer dan 6/6 of 1.0 (“meer dan 100%”).

Ongecorrigeerde gezichtsscherpte (afgekort UCVA) betekent het maximale zicht zonder hulp van bril of contactlenzen.

De best gecorrigeerde gezichtsscherpte (BCVA) is de best haalbare gezichtsscherpte met optimale bril correctie.

 

Beeldvorming in het normale oog

Om goed te zien is het nodig dat voorwerpen uit de omgeving een scherp beeld projecteren op het netvlies. In het normale oog zorgen het hoornvlies en de ooglens ervoor, dat een veraf gelegen object een scherp beeld op het netvlies geeft.

Scherp stellen voor dichtbij gebeurt door het instellen van de ooglens. U kunt dit vergelijken met een fotocamera: door de fotolens te verstellen zorgt u ervoor dat binnenvallende stralen zo door de lens worden gebroken, dat ze precies op de film samenkomen. Uw foto wordt dan scherp.

Wanneer de sterkte van hoornvlies en ooglens niet goed in verhouding staan tot de lengte van de oogbol dan geven objecten in de verte een onscherp beeld op het netvlies. Er is dan geen sprake van een oogziekte of zwakte maar van een refractie- of brekingsafwijking.

 

Bijziendheid of myopie

Patienten met myopie, zowel jong als oud, zien voorwerpen van dichtbij scherper dan ver weg. Het hoornvlies is te bol is of het oog is te lang, zodat de binnenvallende stralen te sterk worden gebroken. Beelden uit de verte vallen dan samen op een punt gelegen voor het netvlies. Op het netvlies zelf ontstaat een onscherp beeld; men spreekt dan van bijziendheid of myopie.

 


Verziendheid of hyperopie

Bij verziendheid is het makkelijker om veraf te zien dan dichtbij. Het hoornvlies is te plat of het oog te kort, zodat binnenvallende stralen te zwak worden gebroken. Beelden uit de verte vallen samen op een punt achter het netvlies, beelden van dichtbij vallen nog verder achter het netvlies. Het beeld is dan niet scherp. Dit heet verziendheid. Bij jonge mensen kan een bepaalde mate van verziendheid gecorrigeerd worden door het oog extra te focusseren. Het focusseren wordt bij het ouder worden moeilijker, eerst van dchtbij en later ook voor veraf. De behoefte aan correctie van deze verziendheid neemt dan ook toe, terwijl de eigenlijke afwijking stabiel is.

Cilinder afwijking of astigmatisme

Zowel jonge als oude mensen met astigmatisme ervaren een vervormd onscherp beeld voor dichtbij en veraf. Astigmatisme is meestal gelegen in het hoornvlies, soms in de ooglens. Dat is dan niet precies bolvormig is, waardoor de breking in de ene richting anders is dan in de andere richting: ook dit levert een onscherp beeld op.

 

Ouderdomsverziendheid of presbyopie

Bij het ouder worden vermindert de flexibiliteit van de lens en daarmee het vermogen van de ooglens om scherp te stellen voor dichtbij. Dit is een normaal en onvermijdelijk verouderingsproces dat ongeveer vanaf het veertigste levensjaar begint op te treden. De meeste mensen die tot dan toe geen bril nodig hadden, zullen nu behoefte krijgen aan een leesbril. Dit verschijnsel wordt niet versneld, noch tegen gegaan door refractie chirurgie ter correctie van het zicht in de verte.